Verslag info-avond windmolens Kubaard

 

Verslag info-avond windmolens Kubaard

Datum      :    Woensdag 16 april 2014
Locatie     :    Dorpshuis te Kubaard
Aanwezig  :    Ca. 60 inwoners van Kubaard, Tritsum en de Wommelserweg te Tzum

Halbe Klijnstra als eigenaar en Ger van Putten van Stichting Wiek te Kûbaard
Vertegenwoordigers Dorpsbelang Lollum en Kubaard
2 bestuursleden van de Vereniging Wjukslach

Ger van Putten opent om 20:15 en heet een flink gevulde zaal welkom. Hij vertelt wie is, wie hij vertegenwoordigt en hoe zijn persoonlijke motivatie is om zich voor de doelstellingen van st. WIEK in te zetten. Ger zegt dat het begrijpelijk is, dat de uitnodiging voor de nodige onrust heeft gezorgd bij een aantal bewoners, die veronderstelden dat alles al in kannen en kruiken is, doordat het plan al is ingediend bij de regiecommissie. Hij vertelt dat Halbe zal uitleggen, waarom het zo gegaan is en benadrukt dat iedereen de kans krijgt er wat van te zeggen.

Halbe Klijnstra krijgt het woord, namens de initiatiefnemers. Hij zit niet meer in het WIEK bestuur, maar is een van de zes initiatiefnemers uit Kubaard. In vogelvlucht schets hij de aanloop naar plannen die op deze avond voor het eerst worden gepresenteerd.
Door het plotseling openbaar maken van een concept structuurvisie windenergie eind 2012 ontstond veel commotie in Friesland. De provincie wees slechts 3 zoekgebieden aan om de door het rijk verplichte Friese hoeveelheid  windenergievermogen te plaatsen.
•    Friese deel IJsselmeer
•    Heerenveen
•    Driehoek bij Kop van Afsluitdijk.

Dit leverde een storm van protesten op. De aktiegroep Hou Friesland Mooi werd opgericht. Deze is niet voor windenergie, maar stelt zich constructief op: Die 530MW’s aan vermogen windmolens komen er toch, dus laten we werken aan een beter plan. De voorzitter Albert Koers ontwierp een plan om via een zorgvuldig proces te komen tot een inventarisatie van windinitiatieven met draagvlak, die acceptabel zijn voor natuur en landschap, windondernemers en omwonenden.
Randvoorwaarden:
•    Sanering van bestaande molens
•    Kleinschalige klusters 4-10 molens
•    Max. masthoogte 100 m
•    Compensatie omwonenden tot 1000 m, daarbuiten collectief
•    Participatie van de omgeving  van 25%

Het plan met de naam Fryslân foar de Wyn,  werd eind 2013 door de Provinciale Staten aangenomen en vanaf toen moesten wij supersnel aan de gang. Dat gebeurde aanvankelijk in stilte met betrokken boeren en Stichting WIEK. De groep sloot zich aan bij de vereniging Wjukslach, een club van moleneigenaren die al op vier andere plekken in Fryslân bezig was om op te schalen en alles zo veel mogelijk op eigen kracht, zonder projectontwikkelaars, probeerde te doen.

De stichting Fryslân foar de Wyn had een ambitieus tijdspad. Voor 1 april moesten alle Friese initiatiefnemers een plan via een vooraf bepaald ‘format’ indienen. Daarna was er nog een maand tijd om plannen bij te stellen. De regiecommissie bekijkt de ingediende formats en beoordeeld deze aan de hand van een programma van eisen. Belangrijkste voorwaarden zijn het aangeven van de te saneren molens (het opruimen van bestaande molens), hoe de participatie wordt vormgegeven en of er draagvlak voor in de omgeving van de plannen is. Helaas moet dit proces super snel. Het is niet anders.

Vervolgens wordt in de diapresentatie het plan in diverse stappen gepresenteerd. Op de sheets: slagschaduw problematiek, de lijst met te saneren molens, geluidsbelasting en vergoedingen voor woningen van derden en dorpen.
Veel interesse is er voor de getoonde kaartjes. Halbe laat enkele kaartjes zien met negen ingetekende molens. De eerste van een landschapsarchitect. Een opstelling van drie rijtjes van drie molens. Een rijtje ten noorden van Tritsum, een rijtje ten zuiden van Tritsum en een rijtje ten zuiden van Swarte Beijen. Leuk van uit de lucht, maar niet logisch. De Tritsumers zijn dan ingebouwd. Eén van de molens te dicht bij Kubaard (<1000 m) en het zuidelijke rijtje te dicht tegen Lollum.
Een door Wjukslach zelfbedachte versie is praktischer. De molens staan bij negen verschillende boeren als zwermopstelling (geen ordening) waardoor er ook naderhand op veel manieren mee is te schuiven. Op die manier is maatwerk mogelijk. Halbe: “Hoe het precies moet weten wij ook niet, dit moeten we samen uitvinden. We hebben wel een plan met twee kaartjes ingediend, maar de plekken staan niet vast”.

Jelte Speerstra krijgt het woord. Hij is voorzitter van de vereniging Wjukslach. Deze is ontstaan vanuit de Friese leden van de Wind Unie, een coöperatie van ruim 250 leden/windmoleneigenaren in heel Nederland. Van de 30 leden hadden 18 leden wel interesse in opschalingsplannen, hoewel ze (in 2012) niet in het officiële zoekgebied zaten. Toch gingen ze eigen plannen maken, zoveel mogelijk zonder de Wind Unie, om de kosten laag te houden. Ze ontwikkelden vier plannen in Friesland in de buurt van hun leden en kwamen Halbe tegen, voorzitter geworden van de VWF (Vereniging Windturbine-eigenaren Fryslân). Na een aantal gesprekken werd besloten om een Kubaarder Wjukslach groep op te richten en gebruik te maken van elkaars kennis. Ook werd Stichting WIEK met open armen ontvangen, om met name de participatie vorm te geven. Ook hij hamerde op draagvlak onder de dorpen en omwonenden.

Vervolgens is het woord aan Johannes Herder, voorzitter van dorpsbelang Lollum & Waaxens. Hij zegt dat zij ook uitnodigingen hebben rondgebracht voor twee informatie-avonden op 23 en 25 april a.s. Hij vertelt dat ze al langer wat jaloers naar Kubaard zagen met hun StichtingWIEK en omkeken naar mogelijkheden om ook ergens te gaan participeren. Nu er sprake is van een plan tussen onze dorpen in, ziet hij dat als een unieke mogelijkheid om eventueel mee te kunnen participeren in een park en zo geld voor de gemeenschap te genereren. Het enige probleem is dat ze in de achtertuin komen te staan. Ook hij zoekt naar draagvlak en stelt dat het nog lang niet zeker is dat ze meedoen.

Namens een groep verontruste bewoners van de Greate Buorren wordt een brief voorgelezen:
    
Stichting Wiek:
De uitnodiging voor de informatieavond over het plan voor een opschalingscluster van windturbines is bij verschillende Kûbaarders als een onaangename verrassing overgekomen. Het geeft een gevoel voor een voldongen feit te worden geplaatst en dat werkt contra-productief.
Het wordt als een gemiste kans ervaren dat met name de omwonenden niet in een eerder stadium bij de planvorming zijn betrokken. Een voorafgaand en gezamenlijk overleg met verschillende werkgroepen als Duorsumheid, Ferkear & Bedriuwichheid, Lytse Farwegen, Oansjen van Kûbaard, enz. had waarschijnlijk al een aanzienlijke draagvlakverbreding kunnen opleveren. Ook had bij voorbeeld het actuele probleem van het zware landbouwverkeer door de dorpen, in combinatie met de toegangswegen naar de turbines aangepakt kunnen worden. Daarom dragen wij hierbij een aantal mogelijkheden en wensen aan om tot een acceptabele ontwikkeling van ons woon-en leef- en werkgebied te komen
 
Het Fryske Gea adviseert om de windmolens langs grote wegen en industrieterreinen te plaatsen.
Wanneer een aantal van ca. 4 stuks bij de provinciale weg en industrieterrein bij Wommels  geplaatst zouden worden, kan men eventueel ook de te plannen paralelweg langs de Provinciale weg in het plan meenemen.  

Er zijn zware betonpaden nodig voor het opbouwen en onderhouden van de molens.
Deze kunnen ook gebruikt worden om de dorpen van het grote landbouwverkeer te ontlasten.

Misschien moeten we ook 4 molens ten noorden van Kubaard accepteren, maar dan ook een ontsluiting van de weg van Tritzum naar de Slachte realiseren voor landbouwverkeer.

Verder kan men denken aan wandel/fietspaden, het aanpassen of verwijderen van bruggen ed.
Wel moeten we de garantie krijgen dat alle kleinere solitaire molens verdwijnen.

Het is onwenselijk om in dit open landschap in een van de weinig stiltegebieden in ons land, bij een monument als de Slachte 10 stuks van deze grote molens van 80 m neer te zetten.
De kwaliteit van het landschap, de woonomgeving, recreatie en de sfeer in het dorp zijn meer van belang dan alle geldelijke  vergoedingen!
Kunnen we niet met elkaar als dorp proberen om tot een voor iedereen bevredigende oplossing te zoeken.

Verder zijn er nog een aantal vragen:
A:  Is er overleg geweest met een landschapsarchitect. Heeft deze alleen gekeken waar het technisch  mogelijk was of ook landschappelijk.
B:  Is er overleg geweest met het Fryske Gea.
C:  Is er nagedacht over de slagschaduw van deze molens.
D:  Wat  voor gevolg heeft voor het geluid in dit gebied en voor het dorp.
E:  Wie zijn er van jullie plannen op de hoogte gesteld voor de aanvraag.

Getekend: 7 huishoudens aan de Greate Buorren.

Na een korte pauze met koffie, gaat Halbe in op de vragen van bewoners en de brief.

De vragen gaan over het inschakelen van landschapsarchitekten, slagschaduw, geluid van de turbines, de plaats waar ze komen te staan, het doordraaien van oude turbines, inbreuk op het stille gebied, het landschap, grondcontracten, de opschalingsverhouding, het format, enz.
Vragen die naar eer en geweten beantwoord werden. Er werd telkens benadrukt dat de aanvraag slechts bedoeld was om straks echt plannen te mogen maken. We zitten nog in een voorstadium. Er is nog niets zeker, zelfs niet of we überhaupt wel door mogen gaan met het plan. Zonder voldoende draagvlak gebeurt dit niet en de bedoeling van deze info-avonden is juist met de dorpen en omwonenden in gesprek te raken om zo te kijken of er draagvlak is.

We zullen ons als Wjukslach Kubaard beramen op de te volgen stappen om verder te gaan, als we daar toestemming voor krijgen en hoe we het draagvlak gaan onderzoeken. Beloofd wordt om verslagen van de bijeenkomsten bekend te maken, via dorpssite of brievenbus.

Kubaard, 17 april en 5 mei 2014
Halbe Klijnstra en Ger van Putten